In mijn kindertijd hadden mijn ouders twee belangrijke hobby’s die ik mij goed kan herinneren: hondensport en het lopen van de Omloop. Ik weet nog dat ik vroeger tijdens een warme zomerdag mijn moeder ging aanmoedigen. Hoe ouder ik werd hoe meer ik ze voor gek verklaarde. Wanneer mensen mij een aantal jaar geleden zouden vragen of ik ooit de Omloop zou lopen was mijn antwoord “Nee”. Door het lopen van een Ultratrail (UHUT100, 50 km) werd de drempel om deze Monstertocht te doen flink verlaagd. Tussen juni en eind augustus heb ik naast het hardlopen ook een aantal langere wandelafstanden afgelegd om mij voor te kunnen bereiden.
De Omloop zit er inmiddels alweer op en de meest gestelde vraag van mensen is: “Hoe voelen de benen?”. Eigenlijk voelen ze beter dan na de Marathon van Rotterdam en de De Utrechtse Heuvelrug Ultra Trail. Er zitten twee beginnende blaren aan de achterkant van mijn voeten en ik voel een lichte stijfheid in mijn benen. Toch was het mentaal een flinke uitdaging. Na 37 km kwam ik aan bij de post in Stellendam, en dacht ik dat mijn avontuur over was. Ik moest kotsten, was misselijk, werd lijkbleek en had hoofdpijn. Direct na het overgeven kon ik aansterken door wat te eten en drinken. Terwijl we ons verplaatsten naar Ouddorp, bleef de hoofdpijn en misselijkheid. “Ligt het niet aan het lampje op je hoofd”, zei Björn opeens. Alle ongemakken verdwenen langzaam nadat ik de hoofdlamp had afgedaan. Blijkbaar kan ik door mijn visuele beperking niet tegen de prikkels die er waren door het licht en het donker.
De tocht verliep bijna helemaal soepel hierna. Ik kreeg het tijdens de laatste tien kilometer erg zwaar door een cocktail van omstandigheden: Vermoeidheid, hitte, en de mentale struggle van er bijna zijn. Misschien was ik aan het einde niet op mijn gezelligst (sorry hiervoor), maar ik heb het gehaald: HONDERDTIEN KILOMETER.

Geef een reactie